In het Financiële Dagblad van vandaag stond een verslag van een besloten (sic!) bijeenkomst met wetenschappers, bestuurders en topambtenaren over de toekomst van de financiële sector en de relatie tussen markt en overheid. "Cooperatiebankieren kan leiden tot spruitjesbankieren" was de veelzeggende kop.
Wat mij altijd opvalt aan dergelijke bijeenkomsten is dat er na afloop nooit iemand van mening veranderd is en dat een verslag - hoe mooi en creatief geschreven ook - nooit iets anders is dan een opsomming van de tegenstrijdige recepten die al wekenlang
in de media en de politiek circuleren. Dit soort bijeenkomsten leveren meestal weinig nieuws op. Of het nut zou moeten zitten in de contacten die belangrijke spelers met elkaar hebben. Ik heb zelf vele jaren in deze circuits geopereerd, maar nog nooit een oplossing zien ontstaan op dit soort bijeenkomsten.
Wat zou er dan wel moeten gebeuren om de financiële sector te laten bijdragen aan een duurzame wereld? Om te beginnen ophouden met bekvechten over de schuldvraag van de huidige financiële crisis (maar doe wel grondig onderzoek). En dan als eerste een goed kijken hoe het systeem eigenlijk in elkaar zit. Wie bijvoorbeeld de voedingssector wil verduurzamen moet dat niet alleen vanuit één schakel in de keten doen. Dus niet alleen boos voor de deur van de slager gaan staan omdat zijn vlees niet biologisch (genoeg) is. Nee, dan moet je "van zaadje tot karbonaadje" kijken, de hele keten dus. Dat geldt ook voor de financiële sector, die wereldwijd in een systeemcrisis is geraakt. Als we die willen veranderen (en we zullen wel moeten) dan zullen we de verhoudingen tussen consumenten, banken, investeerders, bedrijven, maar ook de relaties met maatschappelijke systemen en -onmisbaar - de samenhang tussen financieel systeem en onze ecosystemen aan tafel moeten brengen.
"Getting the whole system in the room" noemt Peter Senge dat. De crisis is zo fundamenteel dat alle stakeholders tegelijk zullen moeten gaan bewegen. Alleen bankiers, bestuurders, wetenschappers en topambtenaren bij elkaar brengen is dan niet genoeg. Het systeem is veel complexer en ruimer. En ten tweede zullen we de mensen die deze microcosmos vertegenwoordigen op een heel andere manier met elkaar in dialoog moeten brengen, want een debat leidt kennelijk tot het vaste repertoire van meningen. Over hoe dat kan, wil ik het in een volgende blog nog eens hebben.
Wat zouden we nog meer moeten doen? En wat is de beste manier om dat aan te pakken?


