Nu het stof van de grote klimaatconferentie in Kopenhagen is neergedaald, is het tijd om de stand op te maken. Voor mij vallen er twee dingen op: ten eerste, dat er weliswaar geen finale overeenkomst is bereikt maar wel een werkbaar akkoord dat de ruimte biedt om verder te werken. En ten tweede, dat opnieuw duidelijk is geworden dat we een ander soort leiderschap nodig hebben.
De uitkomst vind ik veel positiever dan gedacht. Om verschillende redenen (met dank aan Anthony Giddens):
1. We moeten leren dat geen enkele conferentie een definitieve oplossing kan bieden voor een complexe kwestie.
2. Het akkoord van Kopenhagen houdt rekening met de nieuwe politiek-economische realiteit in de wereld, waardoor naast de USA ook andere landen als China, Brazilië, Zuid-Afrika en India een rol gaan spelen (met Europa, helaas, op de achterdrager).
3. De afgesproken principes bieden, mits goed uitgewerkt, een productief kader dat richting geeft aan de oplossing van het klimaatprobleem omdat het zowel landen als bedrijven als maatschappelijke organisaties de ruimte geeft om afzonderlijk én gezamenlijk nieuwe wegen in te slaan.
Kopenhagen heeft ook aangetoond dat de huidige vorm van politiek leiderschap, dat naar definitieve besluiten streeft, zijn langste tijd gehad heeft. Leiders kunnen, op dit soort grote conferenties en in dit soort complexe situaties, de zaak niet meer naar hun hand zetten. Er is een nieuw, anders gericht leiderschap nodig, dat richting geeft en ruimte schept. Daarvoor zijn een drietal belangrijke competenties nodig (met dank aan Hinrich Mercker):
1. Een focus op richting en betekenis geven. Dat vereist leiders die open staan voor morele vragen en die vanuit eigen ervaring de grenzen van hun denken willen exploreren. Die vastgeroeste belangen ondergeschikt maken aan moraliteit.
2. Aandachtigheid. Dat wil zeggen, die de persoonlijke competentie ontwikkeld hebben om met aandacht in het hier en nu te staan, en zo helder te zien wat er aan de hand is (Thich Nhat Han).
3. Leren van de toekomst. Dat betekent open staan voor de toekomst die op ons af komt, die zich aan het ontvouwen is in al zijn complexiteit. Otto Scharmer, auteur van Theory, heeft hiervoor een sociale technologie ontwikkeld in drie bewegingen (sensing, presencing, cocreating), om in complexe situaties een paradigmashift te laten ontstaan in probleemperceptie en verantwoordelijk handelen.
Kopenhagen is een tussenstand, meer niet. Maar wellicht wel een “crack in the system”. Een hoopvolle “crack”.*
*= geïnspireerd door Anthony Giddens, Big players, a positive Accord, Policy Network, januari 2010 en Hinrich Mercker, Managers of climate change, InWent, oktober 2009



