create2connect

organisatieadvies en leiderschapsontwikkeling
creating sustainable transformations

Home Blog Heroriëntatie bij banken blijft uit. Sector miskent duurzaamheidstrend

Heroriëntatie bij banken blijft uit. Sector miskent duurzaamheidstrend

Komende september is het drie jaar geleden dat de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers failliet ging. Alle mooie rapporten en beloften ten spijt, moeten we helaas vaststellen dat er in die drie jaar weinig fundamentele veranderingen hebben plaats gevonden in de financiële sector.

In april 2009 constateerde de commissie-Maas dat het belang van de klant en het belang van de samenleving ‘op de achtergrond is geraakt’ en dat dat zo snel mogelijk zou moeten verbeteren. Maar de klachten van grote en kleine ondernemers over een gebrek aan belangstelling voor hun plannen bij financiers houden aan. Particulieren nemen liever de moeite om van bank te veranderen dan om hun oude bank aan te spreken op zijn klantonvriendelijke gedrag.

De publieke nutsfunctie legt het nog steeds af tegen het idee dat er een aandeelhouder is die op de korte termijn een zo hoog mogelijke winst wil zien. En als de aandeelhouder al een langetermijnvisie heeft en meer belang hecht aan aandacht voor niet-financiële risico’s, dan zitten de banken en verzekeringsmaatschappijen zelf nog vast in hun oude manier van doen.Er zijn wel een paar cosmetische wijzigingen aangebracht: de salarissen van de top zijn iets anders opgebouwd en de variabele beloning is beperkt. Helaas zijn de mensen die de echte deals doen (projectfinanciering, handelskredieten, beleggingen) nog net zo kwetsbaar voor perverse prikkels als voorheen en net zo weinig gevoelig voor maatschappelijke thema’s als het in stand houden van de biodiversiteit of het voorkomen van de productie van clusterbommen.

‘Business as usual’ is niet alleen een vertrouwde manier van werken, maar zorgt er ook voor dat er op de korte termijn geld in het laatje komt. Dat is belangrijk voor financiële instellingen die zo snel mogelijk van de overheid als aandeelhouder afwillen.

Kortom, de dialoog over de toekomst van de financiële sector is in het beste geval onzichtbaar, of wordt niet eens meer gevoerd. Ondanks dappere pogingen van bevlogen professionals, een enkele enthousiaste bestuursvoorzitter, de ‘leuke’ duurzaamheid-projecten van trainees en de afdelingen die zich met maatschappelijk verantwoord ondernemen bezighouden, komt een gezamenlijke en structurele oriëntatie op de wensen van de samenleving niet van de grond.

Zowel binnen als buiten de blinkende gebouwen van de banken, pensioenfondsen en de aanverwante instituten zijn het zelfonderzoek en streven naar vernieuwing gesmoord. Soms zijn de reacties daarop triomfantelijk, soms besmuikt, maar velen vinden dit gebrek aan vernieuwing teleurstellend en zelfs beschamend. De noodzaak tot verandering wordt wel gevoeld, maar tot nu toe is er niemand in de mainstream financiële sector die zijn nek durft uit te steken, leiderschap durft te tonen en een visie op bankieren en verzekeren durft te formuleren in een wereld waar we met schaarste aan grondstoffen, voedsel, water en energie voor reusachtige uitdagingen staan.

De opmerking van Hommen is een intrigerend. Want wat is ‘het goede’? Wat zijn ‘de juiste bedrijven’? Welke bedrijven weigert de bank nog langer te financieren? Ook de financiële sector moet keuzes maken die tegemoet komen aan de zorgen die zijn klant zich maakt over reële bedreigingen van de kwaliteit van zijn leven en de toekomst van zijn kinderen. Dat dat helemaal niet ten koste hoeft te gaan van het financiële rendement — integendeel — heeft een grote groep van academici laten zien. In het FD van 9 mei zei Jan Hommen, bestuursvoorzitter van ING: ‘Banken hebben een belangrijke maatschappelijke functie. Als je de juiste bedrijven kunt financieren, en tegen de onjuiste nee zegt, ben je heel belangrijk voor de economie. Wij zijn niet alleen smeerolie, maar ook de machine zelf.’ Ofwel: wat de banken doen, bepaalt in belangrijke mate de richting waarin onze economie en de samenleving zich ontwikkelen. Daaruit spreekt de opvatting dat via de klant ook de samenleving belanghebbende is. Daaruit spreekt dat ‘de dingen goed doen’ slechts één laag is, maar dat het daarbovenop ook gaat om ‘de goede dingen doen’.

Bovendien heeft de manier waarop we de afgelopen dertig jaar belegd hebben ook weinig financieel rendement opgeleverd. Maar ook daar durven de financiële professionals de discussie nauwelijks over te voeren, zo hebben wij de afgelopen jaren gemerkt.

Voor ons— alle drie werkzaam met als doel de transitie naar meer duurzame (economische en maatschappelijke) waarden te bewerkstelligen— is deze passieve, soms fatalistische houding reden om de dialoog over een duurzame financiële sector aan te zwengelen. Want een groeiende groep medewerkers in de financiële sector, die wij regelmatig ontmoeten, ziet wel degelijk het belang van een andere oriëntatie van hun werkgevers op de samenleving.

Zij smeken bijna om een sector die de maatschappelijke verantwoordelijkheid van de financiële instellingen voorop durft te stellen. Zij wijzen op de enorme kracht die het door de sector beheerde kapitaal vertegenwoordigt en pleiten voor een bewuste, stuwende keuze voor duurzaam bankieren.

Hoewel deze groep op sympathie kan rekenen binnen en buiten de sector, lijkt ze geen vaste voet aan de grond te krijgen. Een bekend initiatief als FIER (tien bankiers die in 2008 in actie kwamen om het bankieren van binnenuit een ander profiel te geven) besloot onlangs tot een doorstart, hoewel de betrokkenen vaststelden dat de dialoog sinds hun oprichting nauwelijks was verbreed of verdiept.

Ook elders lopen veranderingsgezinde initiatieven al gauw vast in de complexiteit van de materie en het ontbreken van middelen en mandaat. Jonge mensen in de sector storten zich met enthousiasme op duurzame projecten, maar vertellen ons ook dat ze er liever niet meer mee geassocieerd willen worden omdat het slecht is voor hun carrière. Triester kan het bijna niet.

Terwijl in de reële economie het debat over ‘wat is het juiste om te doen?’ goed gevoerd wordt, is het in de financiële sector amper onderwerp van gesprek, uitzonderingen als Triodos Bank, ASN Bank en de Vereniging van Beleggers voor Duurzame Ontwikkeling niet te na gesproken.  Het is ook kortzichtig van de bank of verzekeraar als toekomstige werkgever. Want er zijn in Nederland genoeg ondernemingen die wél de noodzaak van duurzame ontwikkeling vanuit een economisch perspectief zien en daarmee een aantrekkelijkere werkomgeving bieden. Trots zijn op je bedrijf is een belangrijke motivator.

Wij willen daar verandering in brengen. Om de obstakels scherp in beeld te krijgen en de kansen voor veranderingen bloot te leggen zijn we een kwantitatief en kwalitatief onderzoek begonnen met steun van Leren voor Duurzame Ontwikkeling (onderdeel van Agentschap NL)  en NIBE-SVV. We spreken met 35 toonaangevende mensen in en om de financiële sector. Via ons online onderzoek (www.enqueteviainternet.nl/pure_winst) bieden we de tienduizenden werknemers bij de financiële instellingen de mogelijkheid hun mening over de behoefte aan een duurzame dialoog te geven en uiteindelijk met elkaar te delen.

Als die dialoog niet wordt gevoerd, miskent de Nederlandse financiële sector een belangrijke economische transitie. De bedrijfstak zal dan een nog marginalere rol zal spelen in een internationale financiële sector die zichtbaar meer investeert in duurzame oplossingen.

Nederland wordt dan een grijze vallei in een steeds groener wordende wereld. Een groene wereld waarin wél wordt geanticipeerd op de schaarste van grondstoffen en waar wél oog is voor de noodzaak om duurzaam te opereren.

Wibo Koole en Ruud Schuurs
Reacties
Naam:
Email:
 
Onderwerp:
 
Voer de anti-spam code in die in het plaatje staat.
Richard Piechocki  - Heroriëntatie banken blijft uit   |2011-07-11 09:50:53
Beste Wibo,

We kennen elkaar van de dialoog tussen de banken en de eerlijke bankwijzer. Ik heb met interesse jullie stuk gelezen (Ruud Schuurs ken ik niet, terwijl ik toch al heel lang in dit werkveld actief ben). Goed dat jullie de bankensector scherp houden met deze columns maar tegelijkertijd ben ik ook teleurgesteld in de diepgang en evenwichtigheid van het artikel. Het blijft te veel hangen in oppervlakkigheid van mainstream banken zijn fout, kleine nichebanken goed. Dit is een veronderstelling die wat mij betreft aantoonbaar niet helemaal klopt. Want als je alleen de dingen financiert die al 100% duurzaam zijn, heb je nauwerlijks invloed in de internationale sectoren en producten die de omslag naar duurzaamheid moeten maken, om de samenleving in balans te brengen met de leefomgeving en de natuur (ecosystemen). Ofwel: als bank moet je niet alleen het duurzame gangbaar maken, maar het gangbare ook duurzaam. Bij deze laatste transitie zitten de weerbarstige kwesties en uitdagingen, waar ik voor mijn bank samen met collega's en klanten in de praktijk die slag aan het maken ben.
Ik vind daarom dat dit soort columns waar met grote pennestreken (mainstream) banken in de hoek worden gezet, ook niet meer productief, eerder contraproductief. Veel interessanter is met elkaar de dialoog aan te gaan hoe je conventionele gangbare sectoren op een wijze kunt verduurzamen dat past bij het huidige en toekomstige tijdsgewricht. Ik zei al eerder: de slag naar een duurzame samenleving wordt gemaakt door het conventionele ondernemen te transformeren. Daar heb je duurzame business modelen nodig die gemakkelijk uit te leggen en in te voeren zijn. Ik ben daar nu met een internationale NGO mee bezig: een duurzaam business model voor agrarische productiebedrijven en verwerkende industrie gericht op minder inputs (pesticiden, kunstmest etc.), betere vruchtbare bodems, meer opbrengsten voor de agrarier en dat in balans en samenhang met gezonde en vitale ecosytemen. Hiervoor worden nu wereldwijd projecten in de praktijk uitgerold met als doel een best practice voor de gehele sector te zijn. Niet meer praten, maar doen. Ik zou het erg op prijs stellen als daar nu eens de discussie over zou gaan. Zijn deze nieuwe modellen werkbaar?, hoe zijn de modellen op te schalen naar gehele productieketens?, wat is de rol van de overheid daarbij? enz. Discussies kortom over de oplossingsrichtingen. Dat zal ons bevrijden van het negatieve doemdenken dat te veel leunt op de "klok horen luiden, maar niet precies weten waar de klepel hangt" (voorbeeld: jullie opmerking over clustermunitie: zover ik weet sluiten de Nederlandse banken de financiering van de productie van clustermunitie uit, in ieder geval mijn bank. Waarom dan die verwijzing?). Overigens ben ik het met jullie eens dat we er nog lang niet zijn. Vandaar, aan de slag richting een duurzame samenleving.
Wibo, ik nodig je uit om eens een kopje koffie te komen drinken. Kunnen we eens een aantal dingen de revue laten passeren.

Vriendelijke groet,
Richard Piechocki
Wibo Koole  - Reactie op Richard Piechocki   |2011-07-11 10:22:59
We gaan graag op je uitnodiging in (dat durf ik zonder overleg met Ruud – en Marleen onze derde partner – ) wel te zeggen. Ons artikel is zeker geen pleidooi voor nichebanken, maar probeert juist te schetsen waar de blokkades zitten om tot verandering, waar jij en je collega’s zo hard mee bezig zijn, te komen. Maar wees ervan verzekerd dat wat we opgeschreven hebben een realistische weergave is van wat we de afgelopen weken in tal van interviews binnen (!) en buiten de sector te zien en te horen hebben gekregen. Wij zetten niemand in de hoek, maar geven juist blokkades aan, die in het systeem zitten. De weerbarstigheid en de dilemma’s in de sector zijn overigens erg groot, dat zien wij ook als geen ander. Zie straks ook ons onderzoeksrapport eind augustus.
Willem Vreeswijk  - artikel   |2011-07-11 11:44:02
Beste Wibo,
Dankjewel voor jullie bijdrage in het FD. Ik hoop dat jullie artikel zal bijdragen aan een mooiere financiële sector. Er zijn nog veel uitdagingen.
Als we een grote stap willen zetten naar een duurzame economie die dienstbaar is aan medewerkers, klanten en de samenleving, zullen we open moeten staan voor andere inzichten. Vaak wordt de beroemde zin ‘je kunt een probleem niet oplossen met de denkwijze die het heeft veroorzaakt’ van Albert Einstein aangehaald. Er wordt dan veelal instemmend geknikt en vervolgens gaan we weer over tot de orde van de dag, business-as-usual. De problemen waarmee het bedrijfsleven en de mens te maken hebben, zijn echter zo omvattend dat ‘gewoon doorgaan op dezelfde weg’ geen optie meer is. Of we veranderen onze kijk op het leven en op onszelf fundamenteel of we gaan ten onder. Een tussenweg is er niet.
In het Westen veronderstellen we dat we met behulp van onze ratio alle problemen kunnen begrijpen, ontrafelen en ook weer oplossen. Is dit zo? Beslissingen worden genomen voor wij verstandelijk besluiten nemen en wij zijn ons slechts bewust van 15 tot 20 informatieprikkels per seconde, terwijl ons onderbewuste 11 miljoen prikkels per seconde te verwerken krijgt. In het onderbewuste huizen niet alleen onze gedachten en conditioneringen, maar ook die van onze ouders, voorouders en van alles dat vanaf het begin der tijden ooit heeft geleefd. Onze ratio is slechts het topje van een ijsberg. Heeft onze ratio wel de leiding?
We zullen moeten beseffen dat wij deel uitmaken van de natuur; dat een duurzame economie noodzakelijk is voor onszelf, onze kinderen en kleinkinderen; dat geluk niet hetzelfde is als financiële rijkdom. We moeten ons weer realiseren dat bedrijven bestaan bij de gratie van mensen. We moeten leren delen, voelen dat we niet meer dan een onderdeel zijn van een mooi groot geheel. En we zullen moeten vertrouwen op de intelligentie van ons hart.
In het verleden zijn beschavingen ten onder gegaan aan zelfgenoegzaamheid en het onvermogen om te veranderen. Ik ben hoopvol dat onze beschaving wel op tijd wakker wordt. Het bewustzijn dat we een doodlopende weg zijn ingeslagen neemt toe. Voor steeds meer jonge mensen is duurzaam ondernemen geen optie waarmee misschien ook geld is te verdienen, maar een natuurlijke weg. De belangstelling voor spiritualiteit neemt in het Westen enorm toe. De behoefte aan een andere weg is blijkbaar groot. Elk boek of inzicht kan daarbij helpen. Maar uiteindelijk komt het op onszelf aan. Alleen als wijzelf honderd procent verantwoordelijkheid nemen voor alles wat er in ons leven gebeurt, kunnen concrete stappen worden gezet. Bewust worden en veranderen is een innerlijk proces. Hiermee begint alles of eindigt alles. Alle andere verrijking doet er niet wezenlijk toe. Dit geldt voor iedereen, ook voor bankiers.
Laten we hopen dat er steeds meer mensen opstaan, ook in de bankierswereld, die wel honderd procent verantwoordelijkheid nemen. Ik ben ervan overtuigd dat we aan de vooravond staan van grote veranderingen.
Hartelijke groet,
Willem Vreeswijk
Harold Kops  - Miskenning duurzaamheid = miskenning bestaansrecht   |2011-07-12 14:32:38
Beste Wibo,

Een bank in bange tijden neemt geen tijd voor creatieve vernieuwing, maar grijpt terug op oude patronen van ver voor de crisis. Dit is niet alleen het probleem van banken, maar van mensen in het algemeen. Angst voor een onbekende toekomst in onzekere tijden doet verlangen van oude glorie van weleer.

Voor banken en andere instellingen in de financiële sector, voor alle mensen die daar bij betrokken zijn, de werkende in de financiële sector als ook de ondernemers en particulieren, hebben een groot belang bij een stabiel beleid van een overheid. Hierbij valt te denken aan: wel of geen hypotheekrenteaftrek; wel of geen subsidie op duurzame investeringen; wel of geen beperking belastingen op duurzame auto’s enzovoorts. Een goed bedoeld beleid wordt door steeds veranderende maatregelen een ongeleid projectiel en vergroot de onzekerheid.

In je artikel haal je Jan Hommen, bestuursvoorzitter van ING aan uit het FD van 9 mei, die zei: ‘Banken hebben een belangrijke maatschappelijke functie. Als je de juiste bedrijven kunt financieren, en tegen de onjuiste nee zegt, ben je heel belangrijk voor de economie. Wij zijn niet alleen smeerolie, maar ook de machine zelf.’ Hier zit misschien wel de kern van het probleem. Een financiële instelling is een dienstverlenende organisatie. Degene die beseft wat dat betekent, begrijpt dat zijn rol de smeerolie is en dat hij nooit de rol van de machine zelf kan of mag spelen. Als ze dat wel doet zou dat zeer onwenselijke gevolgen hebben. Dat zou namelijk betekenen dat als ik een auto (de machine) naar de garage breng zodat de monteur (de smeerolie en dienstverlenende) hem kan repareren, ik (de dienstbehoevende) het moet accepteren al de monteur zegt dat ik de auto alleen maar buiten de spits mag gebruiken en er alleen mee over de snelweg mag rijden.

In andere woorden betekent dit dat banken niet terug moeten naar de paternalistische rol die ze voorheen speelde (Voorbeeld hiervan was dat het inkomen van de meewerkende vrouw maar voor 7 jaar meetelde in de bepaling van de hoogte van de te verstrekken hypotheek.). Banken beschikken net als ondernemers en particulieren niet over een glazen bol en daarmee ook niet over wat er in te toekomst wel of niet gaat gebeuren. Het is nu eenmaal dat vanuit de meest onverwachte experimenten oplossingen ontstaan voor de toekomst. Een oude manier van denken geeft geen ruimte voor dergelijk experimenteren.

Om dergelijke ruimte te laten ontstaan, moeten banken het principe huldigen alles te willen financieren en de risico’s te dekken in een reële risico-opslag. En niet, dat ze op de stoel van de ondernemers moeten gaan zitten en gaan bepalen wat ze wel of niet moeten doen.

Alleen een overheid en financiële instellingen die begrijpen dat duurzaamheid in een economie alleen van de grond komt met een voor lange termijn herkenbaar en betrouwbaar bestuur en beleid, kunnen een positieve rol van betekenis hebben, de rest is van beperkte houdbaarheidsdatum. Voor die laatste groep is er nog beperkte tijd voor zelfreflectie en –actualisatie, ik hoop met jou dat ze deze tijd goed gebruiken.

Harold Kops

3.26 Copyright (C) 2008 Compojoom.com / Copyright (C) 2007 Alain Georgette / Copyright (C) 2006 Frantisek Hliva. All rights reserved."

 
Deel deze pagina
Facebook Twitter Linkedin

Aanbevolen

Boeken

Scharmer
Otto Scharmer (2007), Theory U. Leading from the Future as it Emerges, The Social Technology of Presencing. Cambridge: SOL.
Het basisboek over de aanpak van presencing in collectieve veranderingsprocessen. Meer...

Films

Coach Carter
Coach Carter is een prachtige film over een coach die op een moeilijke middelbare school in een arme Amerikaanse buurt het basketballteam onder zijn hoede neemt. En uiteindelijk de leerlingen verbiedt te spelen totdat hun schoolresultaten in orde zijn. Maar meer nog laat de film zien door welke dalen en leerprocessen een leider moet gaan.
Meer...

Contact

U kunt contact met ons opnemen door hier te klikken of door ons te schrijven of te bellen.
create2connect
Van Speijkstraat 64-2
1057 HE Amsterdam
Mobiel: 06 22705153